Vanaf het begin dat een tentoonstelling in Bredelar aan de orde was, sprak ik met Jeroen Damen over de mogelijkheid die tentoonstelling te bouwen als een gedicht.
Het mooie aan een gedicht is dat ieder enkel woord van invloed is op hoe de andere woorden gelezen worden. En dat alle enkele woorden bijdragen aan het geheel. De betekenis van het geheel kan een andere zijn dan de enkele woorden doen vermoeden.

Dit gegeven kan je gebruiken om een tentoonstelling te bouwen. De betekenis van ieder werk afzonderlijk is van belang. De afzonderlijke beelden kleuren de betekenis van de andere werken. De samenhang van de werken draagt bij aan de totaalbetekenis van de tentoonstelling.

Er zijn veel meer overeenkomsten te trekken tussen een gedicht en de opbouw van een tentoonstelling: de cadans van de elementen, de stiltes en tussenruimtes, herhaling, al dan niet in (beeld)rijm. Zo ook de verhouding van de werken tot de omringende ruimte en het geheel van beelden ten opzichte van het gebouw: Hier raakt de opbouw van de tentoonstelling direct aan de (historische) inbedding die Carlijn Diesfeldt zal voorbereiden.

Wat zou het mooi zijn als bezoekers in eerste instantie worden overdonderd door het formaat van het gebouw en vervolgens gevuld worden met (details van) kunstwerken en gebouw. Ten slotte kan men verrijkt de "gewone' wereld weer betreden. Wie weet komen bezoekers, als goede bekenden, via de achterdeur naar binnen en verlaten zij het pand, vervuld van een gedicht dat door eigen associaties een persoonlijke interpretatie heeft gekregen, via de hoofdingang.

Nu de eerste selectie van kunstenaars achter de rug is zullen de atelierbezoeken beginnen. Daar wordt specifieker op de werken en de achtergronden daarvan ingegaan. Bij ieder bezoek wordt het visuele gedicht verder gefinetuned.

Het wordt een spannende weg: in welke werken zien we resonantie bij het grotere geheel, die in samenhang nou net dat verhaal vertellen dat we van belang vinden, die aansluiten bij de eigenheid van het gebouw, die een beeld geven van wat er op dit moment in de beeldhouwkunst leeft. Terwijl we aan het begin van de werkzaamheden dit visuele gedicht zelf nog niet kennen.
Een spannende weg, voor de organisatie, voor de betrokken kunstenaars, voor onszelf.

Corrie van de Vendel